201414jan

Gom presenteert zich met nieuwe mediacampagne

201414jan

Gom Schoonhouden draagt vanaf vandaag met nieuw elan zijn herijkte visie breed uit met een radio- en (online)mediacampagne. Daarin profileert het schoonmaakbedrijf zich nadrukkelijk als de schoonmaker die organisaties laat stralen.

Gasten voelen zich extra welkom

Stralende organisaties zijn die organisaties waar je met plezier werkt. Of waar je je, als klant, reiziger, bezoeker of als patiënt meteen welkom voelt', vertelt algemeen directeur Rob Alsema.  'In onze beleving zijn stralende organisaties gastvrije organisaties. Managers en bestuurders zijn daarmee ook gastheren. We zien het als onze taak inhoud te geven aan hun gastheerschap. Wij laten organisaties letterlijk en figuurlijk stralen en daardoor voelen gasten maar ook medewerkers zich extra welkom. 

Onze opdrachtgevers waarden ons vanwege onze visie'

Voor onze opdrachtgevers is onze manier van zakendoen vaak doorslaggevend. Steeds meer waarderen ze ons niet alleen om onze betrouwbaarheid en het nakomen van afspraken, maar kiezen ze ons ook vanwege onze visie, het invulling geven aan gastheerschap en de hechte samenwerking waarbij de verdieping naar de wensen van de individuele klant centraal staat. We zijn pas tevreden als een opdrachtgever niet alleen zijn pand, maar ook zijn organisatie ziet stralen' besluit Rob Alsema.

Gom te horen op Radio 1 en BNR Nieuwsradio

De herijking was voor het management van Gom aanleiding om een nieuwe mediacampagne op te zetten. Daarmee daagt Gom ondernemend Nederland via Radio 1 en BNR Nieuwsradio uit om de stralende organisatie te (her)ontdekken. Verder zal Gom zich ook hernieuwd presenteren op de verschillende vak gerelateerde online-platformen en presenteert het een geheel vernieuwde website. Verder worden de 8.000 medewerkers van Gom bij de introductie van de campagne door middel van een extra nieuwsbrief geïnformeerd. ' Onze medewerkers geven immers met allemaal dagelijks invulling aan de nieuwe pay off: Gom. Laat organisaties stralen', besluit Rob Alsema.