Het werkgeluk van Tapwachter Gerard Hollink

Tapwachter Gerard is vergroeid met ‘zijn’ rayon

Als Gerard Hollink (60) in de buurt is, dan weet je dat er bier aan te pas komt. Let wel: het zijn de tapinstallaties van cafe’s, restaurants en andere horecabedrijven in en rond Enschede die op zijn aandacht kunnen rekenen. Al sinds Tapwacht werd opgericht is hij erbij. Zesendertig jaar later is daar die lastige vraag: afbouwen, hoe doe je dat?

De banen lagen niet bepaald voor het oprapen op het moment dat Gerard in 1983 zijn dienstplicht had vervuld. “Je probeerde van alles. Ik weet nog dat mijn zus in die tijd met een kleine advertentie aankwam die ze uit de krant had geknipt; Tapwacht zocht mensen. Geen idee wat het precies was, maar ik dacht; ‘laat ik het proberen’.” Een half mensenleven later mag je gerust de conclusie trekken; deze baan is hem op het lijf geschreven.

De Blauwe Knoop

Probeer een beetje plezier mee te brengen, en kom niet binnen met een lang gezicht. Dat is een instelling die Gerard van nature weinig moeite kost in het contact met zijn klanten. “Eigenlijk is dit eenvoudig werk, misschien zelfs eentonig, zou een ander zeggen. Maar dat voelt heel anders. Je bent veel onderweg en de hele dag onder de mensen. Er is altijd wat te beleven.” Bovendien, het rayon bouwde hij zelf op, en daar komt flink wat ondernemerschap kijken. “Vanochtend bijvoorbeeld was ik aan het werk bij een grandcafé waar vroeger een cafetaria was. Nog weer daarvoor zat er een motel van de Blauwe Knoop. Ik heb dus rustig moeten wachten tot er voor mij handel was”, vertelt hij er lachend bij. 

Invloed op verdiensten

Vrijheid is zonder twijfel de reden dat Gerard en Tapwacht al zolang verbonden zijn. “Niemand die mij op de vingers kijkt. Ja, de klant, die is koning. Verder is het aan mij. Ik bepaal mijn rooster, en ook de dagindeling is flexibel. Werk ik rustig of snel, dat kan ik zelf kiezen. En heb ik voor die dag mijn afspraken opgevolgd, dan kan ik ook een keer op tijd stoppen om wat te klussen of tuinieren”, beschrijft de tapwachter. De vrijheid gaat nog wat verder. “Uniek aan dit werk is dat wij stukloon hebben. Je wordt betaald per opdracht die je uitvoert. Dat heeft als belangrijk voordeel dat je invloed hebt op wat je kunt verdienen.”

Een band met de klant

Intussen is zijn vak als het om de techniek gaat flink doorontwikkeld. “Waar je vroeger twee kranen pils had, heb je er nu soms wel twintig aan de tap. Dat is vanwege de populariteit van speciaalbieren”, legt hij uit. Vooral de band die hij opbouwt met de horeca-eigenaren is hem veel waard. Door de jaren heen heeft hij heel wat bedrijven over zien gaan van vader en moeder op de kinderen. “Je komt toch twaalf keer per jaar bij iemand over de vloer. Doe dat maal zesendertig, nou, dat zijn heel wat koppen koffie kan ik je vertellen.” Geen bier tijdens werktijd, dat zijn zo van die regels waar hij strikt in is. “Tegen nieuwe jongens zeg ik wel eens; van drie dingen moet je afblijven; drank, vrouwen en gokkasten.” En hij meent het. Het is de keerzijde van vrijheid dat je goed op jezelf moet passen. 

Veertig dienstjaren

Hoe groot ook het plezier in zijn baan, afbouwen is een thema dat hem inmiddels bezighoudt. Gerard: “Vorig jaar ben ik aan het knoeien geweest met mijn gezondheid en heb ik een pittige operatie gehad. Ik zit nu op het punt dat ik een stuk van mijn rayon heb afgestaan aan een collega. Ook om mezelf te beschermen, want ik weet, zolang ik die klanten heb, blijf ik op hetzelfde tempo doorgaan.” Echt stoppen, daar heeft hij tijd voor nodig. “M’n veertig dienstjaren ga ik sowieso halen, als de gezondheid me gegeven is natuurlijk. En dan, met vijfenzestig, is het mooi geweest. Ik hoop alleen dat de regering me niet te veel straft als ik eerder stop dan de officiële pensioenleeftijd.”